Home Nieuws TV Nieuws RTL en Matthijs van Nieuwkerk stellen samenwerking uit

RTL en Matthijs van Nieuwkerk stellen samenwerking uit

RTL en presentator Matthijs van Nieuwkerk stellen hun samenwerking uit. Tot die conclusie zijn ze gezamenlijk dit weekend gekomen. Dat betekent dat de voorgenomen programma’s in elk geval voorlopig niet door zullen gaan.

De beslissing om de samenwerking uit te stellen, wordt gesteund door producent MediaLane, die samen met Matthijs de eerste programma’s voor RTL zou gaan maken. De producent heeft vanmorgen de teams die de programma’s zouden gaan maken ingelicht. Voor de zondagse talkshow bij RTL 4 wordt op termijn een andere invulling bekendgemaakt. Zoals enkele media al hebben bericht, was er ook een programma met Matthijs in voorbereiding rond de Olympische Spelen in Parijs. Ook dat programma zal op een andere manier worden ingevuld.

Directeur Content van RTL, Peter van der Vorst: “We dachten dat Matthijs dit voorjaar een nieuwe start kon maken. De timing hebben we verkeerd ingeschat. Dit is niet het moment voor Matthijs om terug te keren op tv. Tot die conclusie zijn we na intensieve gesprekken dit weekend gekomen. Publiekelijke beschuldigingen en discussies over grensoverschrijdend gedrag zijn complex en gevoelig. Het uitstellen van de samenwerking brengt rust. Het is nu eerst van groot belang dat de nadruk ligt op de verwerking van de ervaringen van de melders en de opvolging van de aanbevelingen in het rapport. We bepalen op een later moment hoe en wanneer RTL en Matthijs met elkaar verder gaan.”

Brief Matthijs van Nieuwkerk aan redacties

Beste redactie, lieve collega’s,


Ik denk dat we allemaal heel erg geschrokken zijn van het rapport van de commissie Van Rijn en het inktzwarte beeld dat er geschetst is door de mensen die nare ervaringen hebben gehad bij DWDD en bij andere programma’s, omroepen en de NPO. De conclusies en aanbevelingen van het rapport zijn glashelder en die onderschrijf ik vanzelfsprekend volledig.

Persoonlijk heb ik onderschat wat het rapport los zou maken. Ik had zelf inmiddels ruim een jaar de tijd gehad om zo eerlijk mogelijk te reflecteren op DWDD en was ervan overtuigd dat ik wat betreft mijn eigen rol niet meer verrast zou worden door de bevindingen in het rapport. Iets dat overigens ook bevestigd werd door de commissie; zij hebben op meerdere momenten uitdrukkelijk aangegeven naar aanleiding van de
gesprekken met oud-DWDD’ers geen aanleiding te zien voor persoonsgericht vervolgonderzoek.

Ik werkte bovendien na DWDD al bijna drie jaar met een fijn team met veel plezier en inspiratie aan verschillende nieuwe programma’s waaronder Matthijs gaat Door en Chansons! Het was voor ons allemaal prettig om samen te werken zonder de dagelijkse druk die een liveprogramma als DWDD met zich meebracht. Dat is de reden waarom ik het dit najaar weer aandurfde om in gesprek te gaan met de NPO, SBS en RTL; ik begrijp wat er mis is gegaan in het verleden en ik had en heb vertrouwen in de toekomst. Dat en de eerlijke en duidelijke gesprekken die we hebben gevoerd, maakte ook dat RTL erop vertrouwde dat we samen verder konden.

Maar dat blijkt nu toch te voorbarig. Niet vanwege het rapport zelf, of vanwege het vertrouwen in mijn eigen vermogen om te leren, maar wel als het gaat om wat mij nu persoonlijk wordt toegedicht aan kwalijke gebeurtenissen en eigenschappen. De commissie stelt zelf dat het onderzoek niet om personen gaat en ook niet om keiharde feiten of waarheidsvinding, maar om ervaringen. Bij Op1 zei commissielid Naomi Ellemers: ‘Wij vonden het belangrijker om vast te stellen wat zo’n ervaring doet met mensen, dan om te zeggen: wat is er nou werkelijk precies
gebeurd en kun je dat bewijzen. Dat heeft niet zoveel toegevoegde waarde.’ Nou, die toegevoegde waarde heeft het natuurlijk voor mij wel. In het bijzonder nu mijn oud-werkgever publiekelijk en volstrekt ongefundeerd stelt dat enkele verschrikkelijke ervaringen die NPO-breed en bij DWDD zijn opgetekend op mij persoonlijk van toepassing zijn. Dat stelt zij zonder deugdelijk en feitelijk onderzoek en zonder wederhoor.

Ja, ik was verbaal intimiderend, ik heb daarbij grenzen overschreden, daar ben ik me nu van bewust en dat spijt me zeer en dat zal ik ook nooit meer laten gebeuren. Ik zal vast wel eens neus aan neus met iemand gestaan hebben in de 15 jaar dat we het programma maakten, nog gespannen van een uitzending. Niet goed, dat is helder. Maar ik heb nooit iemand over een tafel getrokken, ik heb nooit iemand in zijn gezicht gespuugd, ik heb nooit iemand bij de keel gegrepen of op de grond gewerkt, en ik hád overigens al nooit iemand op zijn knieën gedwongen Dat staat allemaal zeer ver van mij af en ik vind de suggestie alleen al verschrikkelijk.

En het treft me zeer onaangenaam te moeten lezen dat een relatie die kennelijk destijds als wederzijds en evenwichtig werd beoordeeld nu met terugwerkende kracht op eigen moreel gezag van de BNNVARA-directie als seksueel grensoverschrijdend wordt veroordeeld. En dat de kennelijke gangbare regeling die werd getroffen bij haar vertrek, nu als ‘afkoop ’wordt bestempeld. Ik vind het gebruik van deze ernstige termen onterecht en zeer suggestief.

De ambitie en de zorgvuldigheid van de commissie om niet naar schuldigen te willen wijzen en juist ruimte te maken voor verandering binnen de publieke omroep, werd met deze grove publieke beschuldigingen van de directie van BNNVARA aan mijn adres in één keer tenietgedaan. Meedogenloos en onverantwoord. En dat terwijl 1484 medewerkers zeggen het afgelopen jaar last te hebben gehad van grensoverschrijdend gedrag. Ook bij BNNVARA.

Wat nu te doen? De impact van deze ongefundeerde uitspraken is vernietigend. Ik kan me amper verweren tegen het beeld dat nu onterecht en ongegrond van mij is ontstaan, terwijl ik weet en voel: zó was ik niet en zo bén ik niet. En dat is pijnlijk en voelt machteloos. Mensen adviseren mij daarom onmiddellijk een rechtszaak tegen BNNVARA te beginnen wegens smaad en laster. Maar hoe dient zo’n zaak vervolgens het gesprek over een veilige werkomgeving voor televisiemedewerkers? Wat hebben de melders bij de commissie daaraan?

Ik had gehoopt bij RTL opvolging te kunnen geven aan de conclusies en aanbevelingen van de commissie Van Rijn; zij zijn al een heel stuk verder dan de NPO als het gaat om het werken volgens de richtlijnen van het Mediapact. RTL gelooft in dat kader in het geven van een tweede kans, een kans die ik graag en met liefde aangreep. Maar ik wil RTL niet dwarsbomen in die missie door de grote nieuwe smet die er nu publiekelijk op mij rust. En ik wil mijn nieuwe team, waarmee we enthousiast waren begonnen aan twee nieuwe programma’s niet in verlegenheid brengen. Ook jullie moeten thuis kunnen blijven uitleggen waarom je met mij wil blijven werken. En dan de kijker, die moet onbevangen en met plezier naar onze programma’s kunnen kijken.

Kortom, het gaat nu niet. Ik voel aan alles dat dit niet het moment is om nu voorbereidingen te gaan treffen voor een programma dat in april op televisie zou verschijnen. We zijn daarom samen tot de conclusie gekomen dat ik een pas op de plaats ga maken en we de voorbereidingen voor onze nieuwe programma’s tot nader orde uitstellen. Ik vind dat voor iedereen die hierbij betrokken is heel spijtig, maar we zien op
dit moment geen andere mogelijkheid.

Matthijs